Alles over het verblijf in Kenia…. met dank aan Loopreizen.nl

200 Kenianen op een doordeweekse dinsdag

Dinsdagochtend, 9 uur. Train ik in Nederland op dit tijdstip op de baan dan kan ik me verzekeren van een vrijwel verlaten veld. Een verdwaalde loper die rustig op de baan wat rondjes sjokt, kinderen die het binnenveld gebruiken voor een partijtje voetbal of een jonge vrouw die haar hond uitlaat. That’s it.

In Iten, Kenia, is de baan dinsdag the place to be. Zodra ik de laatste bocht omsla naar het Kameriny stadion, komt mijn lijf in de actie-modus. Op dit vroege tijdstip zijn al zo’n 200 Keniaanse lopers bezig met hun baantraining. Alleen of in groepen van wel 30 lopers loopt iedereen dwars door elkaar. Zonder problemen snellen de rapsten de iets minder rappe lopers voorbij. Nooit word je opzij geduwd, afgesneden of toegeschreeuwd. In plaats daarvan wordt iedereen aangemoedigd en toegejuicht. Als ze vragen wat mijn programma is en welke tijden ik loop spreken ze me bemoedigend toe. ‘A very good time for you. If you traing like this you will be faster’. Ik beschouw het maar als complimenten.

Je zou er bijna de moed van verliezen. 200 lopers waarvan er zeker 200 sneller zijn dan zijn. Maar het is te mooi. Bovendien motiveert het enorm om zoveel goede lopers bij elkaar te zien. De oefeningen die ze doen, de verbeten gezichten in de laatste paar meters, de schouderklopjes onderling. Je benen beginnen spontaan te kriebelen als je de stofwolkjes ziet die door elke stap worden opgewekt en als je het geroffel hoort dat zo’n grote groep met zich meebrengt.  Niets mooiers om te proberen 100, 200 of 300 meter maximaal met ze mee te lopen, zij ontspannen, ik in een volle sprint.

Leuke bijkomstigheid is dat je weet dat je de tijden die je loopt op deze baan met een paar seconden mag verminderen. Niet alleen loop je door de drukte zelden in de binnenbaan, de baan is ook een paar meter langer dan de officiële 400 meter. En dan hebben we het nog niet over de hoogte van 2200 meter. Nog wat onverwachte kuilen, overstekende geiten (of kinderen) en een stevige wind uit de Riftvallei bij en het avontuur is compleet.

Dinsdag, de mooiste dag van de week!

Het geheim van de groep
Hoewel ‘op tijd komen’  in Kenia vaak een wijd begrip is: één afspraak in Iten is heilig. Donderdagochtend, negen uur. Volgens een Keniaanse vriend moet ik dit meemaken. We spreken af bij de tweede grote heuvel aan de linkerkant van de 2-bandenweg (zo genoemd door de twee ½ autobanden die ergens op de route liggen). Maar ook zonder aanwijzingen had ik het kunnen vinden. Met mij begeven zich nog zo’n 200 andere Keniaanse lopers zich op de bewuste ochtend naar deze plek. Elke donderdag wordt er samen getraind. 2h06 loper of jonge meisjes die ooit de droom hebben zo hard te lopen als hun plaatsgenote Lornah Kiplagat. Sommige in katoenen shirts en rok, andere in de nieuwste sponsorkleding. Vandaag doen ze allemaal hetzelfde programma.

Stipt om vijf voor negen neemt een van hen de leiding. Mijn Keniaanse vriend vertaalt. Vandaag is het programma 20×2 minuten hard, 20×1 minuut rustig. We beginnen met 1 minuut rustig. Hij is nog niet uitgesproken of de hele groep komt in beweging. Hoezo rustig? Al na 1 versnelling ligt de enorme groep honderden meters uit elkaar. Waar de eerste lopers de top van de heuvel al hebben bereikt staan wij nog bij het begin. Een prachtig gezicht; het grote lint lopers dat over de rode heuvels lijkt te rollen.

Hoe hard ik mijn best ook doe, na een vijftal herhalingen zie ik de lopers voor me steeds kleiner worden. Ik vrees de rest van de training alleen te moeten afwerken als een Keniaanse van achterop naast me komt lopen. Ze was iets te laat voor de start. Op donderdag wordt er op niemand gewacht. De rest van de training doen we samen. Heuvelop wordt ik uitgedaagd haar krachtige pas te volgen. Elke keer moedigt ze me aan het gat tussen ons te dichten door een simpel handgebaar. We praten weinig maar ons simultane gehijg zegt genoeg. Veel meer dat we tegen elkaar lopen, lopen we met elkaar. Zo halen we het beste uit elkaar.

Later vertelt mijn Keniaanse vriend dat dit een van de geheimen van de Keniaanse loop suprematie is: Samen trainen. Elkaar tot het uiterste drijven en niet voor elkaar willen onderdoen. En was je vandaag niet de snelste, dan krijg je volgende keer weer een kans.

Het staat alvast genoteerd. Volgende week, negen uur.

Vraag tien mensen hoelang je doet over een trip van Nairobi naar Iten en je krijgt tien verschillende antwoorden. Het soort auto of matatu (de Toyotabusjes die hier rondrijden als taxi), de chauffeur en alle onvoorziene omstandigheden onderweg maken de trip van de hoofdstad naar het hardlopersmekka Iten van ruim 260 kilometer ergens tussen de 4 en 9 uur.

De rechtstreekse vlucht Amsterdam-Nairobi komt om 7 uur ’s ochtends aan in de Nairobi, letterlijk ‘land van het koude water’. Tot vorige maand vertrok er om kwart over 8 een directe vlucht naar Eldoret, de vijfde grootste stad van Kenia op 30 kilometer van mijn woonplaats Iten. Met een beetje mazzel, een glimlach naar de douaneambtenaar en een goed functionerende bagage-belt kon je deze vlucht makkelijk halen. Helaas heeft de binnenlandse maatschappij Jetlink de vluchttijden een uur vervroegd en vertrekt de eerstvolgende vlucht pas ’s middags om 16.00. Bepakt met 3 tassen bagage (each!) boeken, water en snacks wagen we ons daarom aan de autotrip naar Eldoret. Tijd van vertrek 8.30.

De eerste uitdaging is Nairobi uitkomen. Met zijn (officiële) inwoneraantal van 2 miljoen is (het werkelijke aantal wordt geschat op ruim 1.5 keer zoveel) Nairobi een chaos van boda-boda’s (fietstaxi’s), matatu’s, prive-auto’s, ezels- of handkarren plus kriskras overstekende voetgangers. De belangrijkste verkeersregel: de sterkste (of brutaalste) heeft voorrang. Onze chauffeur laat zich in dit potje blufpoker niet kennen en manoeuvreert zich overal makkelijk tussen. Wat wel opvalt is dat inhalen, afsnijden of voordringen gepaard gaat met een grote glimlach of een vriendelijke handzwaai van zowel dader als slachtoffer.

Met meer geluk dan wijsheid rijden we na ruim een uur op de snelweg die ons naar Eldoret moet brengen. Snelweg moet je niet al te letterlijk nemen. Stukken met spiegelglad asfalt worden plotseling afgewisseld met enorme gaten in de weg. Heuvelop hebben de loodzware vrachtwagens een spoor uitgesleten van wel een halve meter diep. Je zou bijna slapend kunnen rijden, het spoor houdt ons kleine taxibusje netjes in het gelid. Ondertussen genieten wij van een prachtig, steeds wisselend uitzicht. Enorme groene vlaktes, bossen, kleine dorpjes en als hoogtepunt kuddes zebra’s die op enkele honderden meters van de snelweg rustig aan het grazen zijn.

Halverwege de rit stoppen we kort in Nakuru, een stad bekend om het nationale park Lake Nakuru. In een klein hotel (hotels duiden hier op plaatsen waar je iets kunt eten) eten we met twee personen voor 200 Keniaanse shilling (€1,60) een bord githeri; een mix van rode bonen met mais die binnen tien minuten voor onze neus staat.

Met op de achtergrond Radio Jambo leggen we het laatste deel van de reis halfslapend af. Voordat we het weten rijden we het chaotische en drukke Eldoret in. Daar nog even een pitstop bij de lokale Albert Heijn en dan op weg voor de laatste 30 kilometer van de reis naar Iten. Ietwat stram maar heel wat mooie beelden later. Mission completed. Tijd van aankomst 16.00.

Please let it rain. Met mate…

Wij Nederlanders houden er wel van. Praten over het weer. Hopen op een warme, lange zomer, een ijskoude (en dus Elfstedentocht-zekere winter) of een zonnige rokjesdag in de lente. Ook in Kenia is het weer een terugkomend onderwerp van gesprek. In het land waar ruim 75% van de bevolking afhankelijk is van de landbouw kan een gunstig klimaat het verschil maken tussen wel of geen honger. Juist dit klimaat is de laatste jaren echter allesbehalve een stabiele factor.

Kenia ligt precies op de evenaar. Dus is de temperatuur het hele jaar door vrij constant tussen de 26 en 30 bij de kustplaats Mombasa en 17 en 22 graden in de hoofdstad Nairobi. Ideaal voor hardloopminnende inwoners en bezoekers. In Iten, op ruim 2200 meter, is het helemaal ideaal. Als je om kwart voor zeven wakker wordt door de zon die opkomt – ook dit is het hele jaar constant – is het een aangename 15 tot 18 graden. In de loop van de dag met wat zon erbij wordt het nooit warmer dan 25-27 graden. Als de zon om kwart voor 7 ’s avonds weer ondergaat kun je met een beetje bravoure ook best zonder trui of jas naar buiten. Ideaal weer om te trainen. In theorie.

In theorie zou Kenia namelijk twee, afgebakende regenseizoenen moeten hebben. Het grote regenseizoen in maart en april en nog een korte regenperiode in december. Deze regen zou de vruchtbare grond van precies voldoende water moeten voorzien om een rijke (voornamelijk mais)oogst mogelijk te maken. Na het regenseizoen zou de grond voldoende vocht moeten bevatten om de komende drogere periode te doorstaan. Maar dat is de theorie.

In de praktijk is het net wat anders. Sinds een tiental jaar is de noodzakelijke en regelmatige regentijd allesbehalve zeker. In 2004, 2007, 2009 en 2010 was er sprake van extreme droogte. 2011 liet de minste regenval zien van de afgelopen 50 jaar. Mensen en moeten kilometers lopen om water te bereiken, de prijzen voor voedsel stijgen explosief en er ontstaan conflicten om het schaarse drinkwater.  Maar ook teveel regen levert problemen op. De periodes van extreme droogte worden de laatste jaren afgewisseld met weken en soms maanden van extreem veel regenval. Teveel voor de grond om te verwerken. Met weggespoelde huizen, overstroomde rivieren en onbegaanbare wegen als gevolg. Honderdduizend mensen zijn gedwongen te verhuizen, evenzoveel worden afhankelijk van voedselhulp door terugkerende tegenvallende oogsten.

Betekent de extreme regenval voor de Keniaanse boeren een regelrechte ramp, voor de atleten is het slechts een aanpassing van het trainingsschema. Als het regent wordt er niet getraind. Een regenbui in Kenia is geen gemiezer of langdurig gedrup maar een regengordijn dat uren kan duren. Wie toch zo eigenwijs is om te gaan trainen is binnen no time doorweekt, ziet letterlijk geen hand (en weg) meer voor ogen en kan door de kleiige, plakkerige grond minimaal 1 kg per schoen meer gewicht meeslepen. De rode dirttracks veranderen door dit natuurgeweld bovendien in modderpoelen of kleine riviertjes. Goede kracht- en hordetraining zullen we maar zeggen.

Laten we hopen op een gunstig klimaat voor 2012 . Voor de grote aantallen boeren. En een klein beetje voor ons atleten.

Fietsen in Kenia

Kenia, land van de wereldkampioenen. In de atletiek welteverstaan. In geen andere sport zijn de Kenianen zo succesvol als in het (langeafstands)lopen. Tijdens de Olympische spelen van 2009 behaalde Kenia 14 medailles. Alle veertien in atletiek. Slechts 9 van de 46 afgevaardigde atleten waren afgevaardigd voor andere sporten; met name boxen (4), taekwondo (2), zwemmen (2) en een eenzame roeier. Maar er is hoop. Fietsen in Kenia krijgt steeds meer voet aan de grond.

Tour de France
In 2006 begon het team Kenyan Riders met trainen. De mannen hebben maar een doel voor ogen; starten in de Tour de France. Hun kopman Zakayo Ndbri, een voormalige schoenenpoetser, fietste in 2008 ongecoached en met amper trainingskilometers al eens de Alpe D’huez op. Hij deed slechts 46 minuten over de helse tocht. Wie weet zijn ze straks het eerste Afrikaanse team dat deel uitmaakt van de klassieke tourrit.
Op een regenachtige ochtend, na een week met nog veel meer regen, kom ik ze tegen. Een twintigsterk peloton op flitsende racefietsen en een scala aan felgekleurde shirts en (wielren)broekjes. Regen of modder lijkt ze niet te deren. De asfaltweg die door Iten loopt is mooi egaal. Ook de heuvels geven een extra dimensie aan de trainingsronde van de renners. Als ze van Kimwarer fietsen, via Iten en verder naar Eldoret overbruggen ze zo’n 70 kilometer. Geen slechte training als je in ogenschouw neemt dat ze over deze afstand meer dan 1000 hoogtemeters overbruggen met enkele pieken op 2400 meter.

Met twintig kippen op de fiets
Verwonderlijk is het niet dat de Keniaanse atleten zich op het fietsen richten. Fietsen zijn al decennialang bekend in het Afrikaanse land. De fiets als het ultieme vervoersmiddel. Rennend door Iten ben ik er al heel wat tegengekomen. Als taxi; de zogenaamde boda boda is de bekende Keniaanse fietstaxi, voor omgerekend 80 cent brengt de chauffeur je razendsnel op je bestemming, desnoods tientallen kilometers verder), als alternatieve melktruck met liters melk in tinnen bussen voor, achter en aan de zijkanten gebonden (wel even afstappen heuvelop) en voor levende kippen (20 kippen op 1 fiets is het record). De meeste van deze ritjes worden gemaakt met zware, geïmporteerde metalen fietsen die zo’n 22 kilo wegen.  Het kan echter zijn dat je een verdwaalde witte fiets van de Veluwe tegenkomt. In het begin van 2011 werden 220 fietsen van het Nederlandse Nationale park naar Kenia gebracht en daar verstrekt aan kleine ondernemers.

Sightseeing Kenia op de fiets
Maar wie weet verschijnen er weldra nog meer fietsers in Kenia. Op een zondagmiddag lijkt tout Iten uitgelopen te zijn voor een nieuwe bezienswaardigheid. Door het dorp trekt een karavaan van wel 100 mzungu’s (blanke) fietsers. Op glanzende mountainbikes met bijpassende outfit, helm en handschoenen hijgen en puffen ze zich een weg omhoog. Aangemoedigd door hun toeschouwers wagen ze zich moedig aan de laatste top in Iten voordat de afdaling naar Eldoret begint. Voor sommige is die laatste heuvel (na een klim van 500 hoogtemeters) net even te veel. Ook mooi, fietsen in Kenia.

Direct op het podium
In 2007 raakt de dan 25-jarige Miriam van Reijen (28) na een wedstrijdje in de ban van hardlopen. Met haar trainer Rob Veer bereidt ze zich vervolgens in twee jaar voor op haar eerste marathon waar ze in 2009 met een tijd van 2.44 direct tweede wordt op het Nederlands Kampioenschap. Een kunstje dat ze in 2010 en 2011 herhaald met twee bronzen medailles op de klassieke afstand. Naast het lopen studeert van Reijen in 2010 af als Human Movement Scientist aan de VU Amsterdam en start ze haar eigen bedrijf. Hiermee voorziet ze lopers van voedings- en trainingsadvies en schrijft ze als freelancer voor onder andere Runnersworld, Sportgericht, Prorun.nl, shesports.nl en Match Magazine.

Een grote stap; verhuizen naar Kenia
In voorbereiding op haar wedstrijden verblijft Miriam in 2009 en 2011 een maand in Kenia. De tweede keer begint het bij terugkomst in Nederland zo te kriebelen dat de ambitieuze atlete een stoer besluit neemt; Verhuizen naar Kenia. Op Loopreizen zal Miriam regelmatig verslag doen van haar ervaringen in het land van de meest succesvolle lange afstandslopers. In het eerste deel: Haar liefde voor het land en hoe een droom uitkomt.

Column 1: Kenia, land van de big five,

Habari Mzungu? Habari mzungu? Ik heb nog geen vijf stappen uit mijn nieuwe huis gezet of ik word omringd door minstens vijftien Keniaanse kinderen. Joelend en lachend rennen ze om me heen, ondertussen hun Engels oefenend; How are you, how are you. Een zinnetje waarmee je tientallen keren per dag begroet wordt. Ze zijn pas tevreden als je letterlijk het antwoord geeft dat ze geleerd hebben op school; I’m fine. And how are you? Heuvelop rennend op een hoogte van 2400 meter is mijn enige antwoord soms een slappe handgroet. Maar ik zou de begroetingen voor geen goud willen missen. Het is onderdeel van de ervaring en ik weet: I’m back in Kenya.

Kenia, land met de een na hoogste berg van Afrika (Mount Kenya met een hoogte van 4985 meter), uitgestrekte savannes, een ongekende concentratie en variatie aan dieren en vogels (waaronder de legendarische big five), het grootste meer van het continent (Lake Victoria met zo’n 68800 vierkante kilometer bijna 1.5 keer Nederland) en vooral land van hardlopers. Na maanden van een beetje voorbereiden en vooral veel wachten is het eindelijk zover. Sinds begin november verblijf ik in Iten, mijn thuisbasis voor de komende jaren. De eerste (hardloop)stappen op weg naar mijn droom zijn gezet. Een droom die mogelijk is gemaakt door de enthousiaste mensen achter Loopreizen.nl Mensen die mijn passie voor lopen en reizen delen en me ondersteunen in mijn verblijf in Kenia en transport van Nederland naar Iten.

Iten is een klein dorpje aan de rand van de Rift Vallei. Mekka van hardlopers en geboortegrond van onder andere Peter Rono, Wilson Kipketer en meer recentelijk David Rushida. In navolging van de Keniaanse wereldkampioenen verblijven hier jaarlijks tientallen internationale atleten om een stukje van de Keniaanse suprematie op de lange afstand mee te maken. En bij voorkeur mee te nemen naar huis en om te zetten in nieuwe persoonlijke records en mooie overwinningen. Voor mij, als ambitieuze atleet is dat slechts een van de redenen om naar Kenia te komen. Hardlopen is een passie van me, reizen, ontdekken en je onderdompelen in het onbekende des te meer.
Al na een paar dagen merk ik dat ik daarvoor op de goede plek ben aangekomen.

Kenia is nog steeds een land in ontwikkeling. En dat betekent op zijn tijd een behoorlijke portie creativiteit en buiten de gebaande paden denken (en lopen) om oplossingen te vinden voor alledaagse handelingen. De eerste paar dagen zijn dan ook intens. Je referentiekaders verdwijnen en maken plaats voor nieuwe. Wat je eet,  hoe je met elkaar omgaat en hoe je van de ene naar de andere plek komt.

Over twee weken: Gekke mzungu’s, fietsen in Kenia.

Tagwolk

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.